ERECODE

 

 

 

Erecode

 

 

voor Amateur-geologen en Verzamelaars van Mineralen, Gesteenten en Fossielen.

Frank Gelaude

Joris F. Geys

SAMENVATTING

Nadat de nood aan duidelijke ethische beginselen zich steeds meer liet voelen, hebben 14 Belgische verenigingen van amateur-geologen een gemeenschappelijke erecode onderschreven. In de 15 artikelen van deze code wordt omschreven hoe de amateurgeoloog en de verzamelaar van geo-objecten zich op het terrein dient te gedragen, op welke manier een privé-verzameling beheerd moet worden en van welke technieken men zich daarbij kan bedienen. Een aantal verwerpelijke praktijken worden aan de kaak gesteld. De doelstellingen van deze gedragscode, evenals de implicaties ervan, worden in wat volgt, artikel per artikel geanalyseerd en besproken.

________________________________________

WAAROM EEN ERECODE ?

Vaklui hebben wel eens de neiging met een zeker misprijzen neer te kijken op "amateurs".

Dergelijke houding kan ook sommige beoefenaars van de natuurwetenschappen, onder wie geologen en paleontologen, worden aangewreven. De meeste amateur-geologen zijn immers "maar" verzamelaars van mineralen, fossielen en stenen: een activiteit waarop de hedendaagse professionals minachtend neerkijken. Bovendien komt in een samenleving die in toenemende mate milieubewust wordt, het verzamelen van natuurwetenschappelijke objecten in een kwaad daglicht te staan. De gemeenschap van amateurs wordt wel eens aangewreven dat zij waardevolle lokaliteiten vandaliseert, dat zij de commercialisering van naturwetenschappelijke objecten in de hand werkt en op die manier de "vooruitgang van de wetenschap" in de weg staat. Nochtans zijn vele amateurs zich terdege bewust van de problematiek en voelen zij deze verwijten aan als onterecht.

In elke samenleving zijn bepaalde, welomschreven regels van kracht. Dat geldt evenzeer voor groepen personen die eenzelfde beroepsactiviteit uitoefenen, of die eenzelfde sport beoefenen, of die zich onderling verbonden voelen door een gemeenschappelijk interessegebied. Ook onder amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten gelden dergelijke, tot op heden ongeschreven richtlijnen. Helaas is onder alle koren ook kaf en worden deze regels door een klein aantal minder scrupuleuze personen wel eens met de voeten getreden. Ofschoon dat soort wangedrag terecht door de overgrote meerderheid van de amateurs afgekeurd wordt, dreigen de verwerpelijke praktijken van een paar enkelingen toch een hele gemeenschap van amateur-geologen in diskrediet te brengen.

Door het ontbreken van objectieve criteria en doordachte, geschreven spelregels, was het tot nu toe erg moeilijk om door alle leden van een groep een deontologie te doen aanvaarden en naleven. De nood aan een duidelijk geformuleerde gedragscode voor amateur-geologen liet zich dan ook voelen. Organisaties zoals de Association of Teachers of Geology (STUBBS, 1973) en de Geologists' Association, in het Verenigd Koninkrijk, en de Féderation Européenne des Sociétés Minaralogiques et Paléontologiques (in feite een overwegend Italiaanse organisatie), behoorden tot de eerste om concrete stappen in die richting te doen. De code van deze laatste organisatie werd in 1982 vertaald in het Nederlands en geadopteerd door de Belgische Vereniging voor Paleontologie vzw, een belangrijke groepering van amateur-paleontologen in ons land. Andere Belgische verenigingen voegden vrij snel dit voorbeeld en aanvaardden op hun beurt eigen gedragscodes: Association des Micromonteurs de Minéraux de Montigny-le-Tilleul (4M), Mineral Club Dison, e.a. Eenheid en duidelijkheid waren op die manier echter vlug zoek, zodat de noodzaak van een gemeenschappelijke en voor iedereen aanvaardbare tekst zich meer en meer opdrong. Sinds oktober 1990 werd daaraan tegemoetgekomen door een overlegorgaan, waarin een groot aantal Belgische verenigingen van amateur-geologen zetelen en die sinds kort het statuut van vereniging zonder winstoogmerk heeft aangenomen onder de benaming "Raad voor Aardwetenschappen vzw". Tijdens periodieke samenkomsten van deze Raad kwam uiteindelijk een tekst tot stand, die door de deelnemende verenigingen onderschreven werd. Het is die erecode, die hier verder zal uitgediept en toegelicht worden.

Door zo'n gedragscode uit vrije wil te aanvaarden, pogen de amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten, vertegenwoordigd door hun verenigingen, dan ook te bewijzen dat zij bonafide zijn en een belangrijke rol moeten en kunnen spelen bij een verantwoord beheer van ons geologisch patrimonium. De code moet het immers mogelijk maken dat de gemeenschap van amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten zelf optreden kan tegen leden die op ontoelaatbare wijze haar deontologie met voeten treden. Tenslotte hopen we dat deze code een betere verstandhouding in de hand zal werken tussen, amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten enerzijds en de overige belangengroepen, waaronder beroepsgeologen, handelaren en de overheid, anderzijds.

De "Erecode voor Amateur-geologen en Verzamelaars van Mineralen, Fossielen en Gesteenten" werd inmiddels door 14 Belgische verenigingen ondertekend en geratificeerd. De tekst werd op 29 juli 1993 gepubliceerd in de Bijlagen van het Belgisch Staatsblad, onder het nummer 13410 (pp. 6060-6062). Enkele kleine amendementen werden daar later aan toegevoegd. De geamendeerde tekst, zoals die op 15 oktober 1994 definitief werd goedgekeurd door de "Raad voor Aardwetenschappen vzw", wordt hieronder in cursief weergegeven. De commentaar werd in het gewone lettertype gezet.

________________________________________

INLEIDING EN DEFINITIES

Art. 1. Definities

 

Geologie is de wetenschap, die het bereikbare deel van de lithosfeer bestudeert, in al haar aspecten en toepassingen.

 

Geo-objecten zijn voorwerpen, die een geologische oorsprong hebben, zijnde gesteenten, mineralen en fossielen; dit kunnen ook voorwerpen zijn die door een natuurlijk proces werden gewijzigd.

 

Professioneel geoloog is de persoon, die de geologie als beroep uitoefent en de vereiste diploma's en/of beroepservaring bezit.

 

Amateur-geoloog is iemand, die de geologie uit liefhebberij beoefent en er dus niet zijn beroep van maakt of er enig financieel voordeel uithaalt.

 

Handelaar is de persoon, die meer dan occasioneel en op wettelijke wijze handel drijft in geo-objecten.

 

Verzamelaar is de persoon, die geo-objecten uit verschillende bronnen bij elkaar brengt.

We hebben vooreerst gepoogd een aantal veelgebruikte basisbegrippen nauwkeurig te omschrijven. Drie categorieën van personen laten zich in met de geologie: professionele geologen, amateur-geologen en handelaars in geo-objecten.

Mineralen, fossielen, gesteentemonsters en andere roerende voorwerpen, die het studiemateriaal vormen voor sommige geologen, worden in wat volgt "geo-objecten" genoemd. Geo-objecten kunnen worden samengebracht in een verzameling. Aantrekkelijke verzamelobjecten kunnen een handelswaarde verkrijgen. Er bestaat dan ook een zeer levendige markt in dit soort voorwerpen.

Een professioneel geoloog of beroepsgeoloog is een persoon die een universitaire opleiding heeft genoten en daarbij een diploma heeft behaald van licentiaat of doctor in de geologische wetenschappen, van burgerlijke aardkundig ingenieur, van speciaal doctor in de toegepaste wetenschappen, afdeling aardkunde, of van een buitenlands diploma dat met één daarvan gelijkgesteld is. Personen met een andere opleiding, die zich door middel van publicaties of op een evenwaardige wijze verdienstelijk hebben gemaakt op het gebied van de geologie, kunnen eveneens als professioneel geoloog worden beschouwd.

Een handelaar in geo-objecten drijft op wettelijke wijze en meer dan occasioneel handel in deze voorwerpen. Deze personen dienen volgens de wet te beschikken over een BTW-nummer, moeten ingeschreven zijn in een handelsregister en/of dienen te beschikken over een leurderskaart. Het begrip "occasioneel" wordt nader toegelicht in artikel 7.

Een amateur-geoloog is een persoon die zich uit liefhebberij met de geologie en/of haar hulpwetenschappen inlaat en die daar bijgevolg geen enkel financieel voordeel uit put.

Deze drie hoger genoemde categoriën van personen sluiten elkaar mutueel uit. Men is ofwel professioneel geoloog, ofwel amateur-geoloog, ofwel handelaar in geo-objecten. Al deze personen kunnen evenwel tevens verzamelaar zijn, in die zin dat zij geo-objecten samenbrengen tot een verzameling, welke ook hun motieven mogen zijn.

We pleiten ervoor dat handelaars in geo-objecten, evenals professionele geologen, een eigen erecode opstellen en aanvaarden, rekening houdend met de problematiek, verbonden aan hun activiteiten.

________________________________________

DE PROSPECTIE

Art. 2. Wetten en Verordeningen

De amateur-geoloog of verzamelaar van geo-objecten verplicht zich ertoe alle wetten en verordeningen na te leven, die van kracht zijn op de plaats en op het ogenblik van zijn activiteiten.

Met dit artikel wil de Raad voor Aardwetenschappen vzw er in de eerste plaats op wijzen, dat elke amateur-geoloog of verzamelaar van geo-objecten het eigendomsrecht dient te eerbiedigen. Gronden, groeven, enz. mogen immers slechts betreden worden, mits instemming van eigenaar, huurder, uitbater of vruchtgebruiker. Het betreden van akkers met gewassen moet steeds vermeden worden. De amateur of verzamelaar dient zich ervan bewust te zijn dat het uitoefenen van zijn liefhebberij, zelfs met wetenschappelijke motieven, hem geen enkel bijzonder "recht" verschaft.

Het is daarnaast nuttig te weten dat het vinden van geo-objecten niet noodzakelijk impliceert dat men daarover ook een eigendomsrecht verwerft. Op vele plaatsen bestaat over dat onderwerp een specifieke wetgeving. Sommige landen beschouwen geo-objecten als een deel van hun onvervreemdbaar nationaal patrimonium. Zij zijn daardoor van rechtswege eigendom van de staat en kunnen dan ook niet geëxporteerd worden. De export van fossielen of andere geo-objecten wordt in die gevallen beschouwd als smokkel en kan zwaar bestraft worden (MCCULLOCH, 1992).

Dat bezitsdrang of winstbejag nooit mogen leiden tot diefstal, is evident. Toch zijn ook van dit soort wandaden tal van voorbeelden bekend. Het ontstaan van een markt voor waardevolle geo-objecten heeft er de jongste jaren toe geleid, dat ook uit musea af en toe specimina ontvreemd werden (FEDER & ABBOTT, 1994).

Art. 3. Veiligheidsregels

Elke amateur-geoloog of verzamelaar van geo-objecten mag zichzelf, noch anderen in gevaar brengen door het veronachtzamen van elementaire veiligheidsregels.

Geologisch terreinwerk, of het nu gaat om een professionele prospectie of om een gewone verzameltocht, is nooit helemaal zonder risico. Kliffen, steengroeven, berghellingen e.d. zijn nu eenmaal gevaarlijke plaatsen. Amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten dienen zich bewust te zijn van de risico's die zij lopen en van de aard van de gevaren die hen bedreigen (ANONIEM, 1995a). Niemand mag zijn medemensen overlast bezorgen of in gevaar brengen door het veronachtzamen van elementaire voorzorgsmaatregelen. Daarom dient elke amateur-geoloog of verzamelaar van geo-objecten te beschikken over een degelijke uitrusting, aangepast aan de aard van zijn bezigheden.

De Raad voor Aardwetenschappen vzw adviseert alle amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten een verzekering tegen ongevallen af te sluiten. Uiteraard blijft elkeen persoonlijk verantwoordelijk voor zijn doen en laten. Maar toch verdient het aanbeveling zich te verzekeren tegen risico's van burgerlijke aansprakelijkheid. De gewone familiale polis, die vrijwel elk gezin onderschreven heeft, zal in veel gevallen schade aan derden dekken. Maar toch zou men best grondig nagaan of in deze polis ook de risico's voorzien zijn, die eigen zijn aan geologisch terreinwerk en aan het verzamelen van geo-objecten. In voorkomend geval is een gepast bijvoegsel aan de polis geen overbodige luxe. Een aantal verenigingen bieden hun leden trouwens de gelegenheid om in groepsverband een aanvullende polis burgerlijke aansprakelijkheid te onderschrijven.

Art. 4. Het Natuurlijk Milieu

De amateur-geoloog of verzamelaar van geo-objecten heeft de plicht het natuurlijk milieu te eerbiedigen. Het is zijn plicht de plaats van zijn of haar activiteiten in haar oorspronkelijke toestand te herstellen. Elke vorm van vandalisme is volstrekt uit den boze.

De geologie is een natuurwetenschap. Haar beoefenaars dienen dan ook voldoende respect te kunnen opbrengen voor de natuur, zowel de levende (planten, dieren, enz.) als de dode (geo-sites, ontsluitingen, enz.). Het beoefenen van de geologie of het verzamelen van geo-objecten mag dus geen reden zijn om dieren en planten te doden, te mishandelen, te kwetsen, te verstoren, te verplaatsen of op om het even welke andere wijze te schaden.

Alle graafwerk moet met overleg en zorg gebeuren. Zo dient men er o.m. steeds zorg voor te dragen dat na het beëindigen van de werkzaamheden, gegraven kuilen gedempt worden, weggenomen graszoden teruggeplaatst worden, losliggend steengruis opgeruimd wordt. Kortom, de plaats van activiteit moet volledig in haar oorspronkelijke toestand hersteld worden. Er zijn weliswaar geologische sites, waar enig graafwerk heilzaam is voor hun voortbestaan en waar een zekere verzamelactiviteit het instandhouden van de site kan bevorderen (GEYS, 1991, 1993). Toch dient men ook hier met de nodige zorg te werk te gaan.

Men mag ook niet vergeten, dat het vrijwel overal verboden is de loop van waterlopen te wijzigen. Uitgebreide graafwerken in de bedding van riviertjes kunnen immers moeilijk controleerbare erosieprocessen op gang brengen en zijn dan ook uit de boze. De vertroebeling van het water, die door zulke graafwerken wordt veroorzaakt, kan bovendien de drinkwatervoorziening van mens en dier in het gedrang brengen (ANONIEM, 1995b).

Het veronachtzamen van de hierboven opgesomde stelregels moet beschouwd worden als vandalisme. Slordigheden, zoals het laten slingeren van afval, het versperren van grachten, het verwijderen van afsluitingen, het geopend laten van poortjes e.d. staan daar in feite mee gelijk. Deze opsomming is uiteraard niet limitatief, maar wordt verder overgelaten aan het gezond verstand van de betrokkenen.

Art. 5. Bescherming van Geologische Sites en Vindplaatsen

Maatregelen, door de overheid genomen ter bescherming van sites en vindplaatsen, dienen steeds te worden gerespecteerd.

Onder de overheid verstaan we de bevoegde gemeentelijke, provinciale, gewestelijke, nationale of Europese autoriteiten.

In de regel worden beperkende maatregelen ter bescherming van sites, pas na rijp beraad genomen. Bijna steeds zijn zij gestaafd dooor degelijke wetenschappelijke argumenten (JACOBS & GEYS, 1990; WILD, 1988; WIMBLEDON, 1988). Maar in geen geval is de bezoeker van een site bevoegd om te oordelen over de opportuniteit van de genomen maatregelen. Zij hebben kracht van wet, zodat hij er zich naar dient te schikken.

Amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten dienen dan ook actief en positief mee te werken aan het behoud van geo-sites, door woord, daad en houding. Het strikt naleven van deze erecode is daarbij slechts een minimumvereiste.

Het kan moeilijk worden ontkend dat landeigenaars, door het gedrag - of beter wangedrag - van een kleine groep bezoekers geïrriteerd worden (DINELEY, 1973). Daarom heeft de lokale overheid zich in een aantal gevallen verplicht gevoeld, sommige vindplaatsen en sites te beschermen. De bescherming is in die omstandigheden vaak erg restrictief en kan door bezoekers van de site als kortzichtig worden aangevoeld (DELANGHE, 1995). Deze laatsten mogen door hun optreden dan ook nooit aanleiding geven tot het nemen van dergelijke maatregelen. Uiteindelijk zijn noch het amateurisme, noch de professionele geologie daar echt mee gediend.

________________________________________

VERZAMELTECHNIEKEN

Art. 6. De Hoeveelheid Verzameld Materiaal.

De amateur-geoloog of verzamelaar van geo-objecten zal slechts bemonsteren ten behoeve van de eigen verzameling.

Veel schade aan sites werd aangericht door het verwijderen van overdreven grote hoeveelheden materiaal. Men mag daarom nooit meer uit een site wegnemen, dan men denkt nodig te hebben voor eigen gebruik. Een klein surplus bedoeld als geschenk aan medeverzamelaars, of eventueel om te ruilen, kan worden getolereerd. Het verzamelen van geo-objecten mag echter nooit ontaarden in de commerciële exploitatie van een site.

Indien per vergissing toch onbruikbaar materiaal werd verzameld (steriel gesteente, fossielen of mineralen van geringe kwaliteit, enz.), verdient het aanbeveling dit achter te laten op de site waar het gevonden werd. Wanneer dit niet mogelijk is, dient het te worden behandeld als steenafval. Radioactieve, giftige en schadelijke mineralen of gesteenten horen thuis bij het klein gevaarlijk afval: de milieubox. Overtollig materiaal mag NOOIT zonder meer worden achtergelaten op een andere site.

Daar kan het immers door argeloze bezoekers verzameld worden en zo aanleiding geven tot verwarring en zelfs zware wetenschappelijke vergissingen veroorzaken.

Art. 7. Handel in Geo-objecten

Het is de, amateur-geoloog of verzamelaar van geo-objecten slechts toegelaten occasioneel handel te drijven in geo-objecten. Ruilen wordt aangemoedigd als middel om de eigen verzameling uit te breiden.

Geld is in onze samenleving een algemeen aanvaard ruilmiddel dat gebruikt wordt om de meest uiteenlopende goederen en diensten te verwerven en te vergoeden. Vele personen zijn dan ook bereid geld als ruilmiddel te gebruiken voor geo-objecten. Zo zijn sommige verzamelaars geneigd te kopen, wanneer zij niet in de gelegenheid zijn zelf op zoektocht te gaan. Wie dit soort handel regelmatig bedrijft, zodat het een belangrijk deel van het inkomen vormt, is een handelaar. Deze personen zijn BTW-plichtig en dienen ingeschreven te zijn in een handelsregister. Een handelaar in geo-objecten kan niet als amateur-geoloog worden beschouwd, vermits de handel in geo-objecten voor hem een beroepsbezigheid is geworden.

Veruit de meeste regelmatige handelaren zijn bonafide en drijven handel op een volkomen wettelijke manier. Hun activiteiten hebben soms een heilzame invloed gehad op de ontwikkeling van de paleontologie en de mineralogie. Heel wat wetenschappelijk waardevol materiaal zou, zonder de tussenkomst van professionele handelaren, inderdaad verloren zijn gegaan, of zelfs nooit ontdekt zijn geworden. Helaas hebben handelaren de neiging erg selectief te verzamelen en vertegenwoordigt hun aanbod slechts een fractie van wat een zorgvuldige bemonstering opleveren kan (BOEKSCHOTEN, 1990).Inderdaad: alleen specimina met "handelswaarde" komen op de markt terecht.

Behalve door professionele handelaren, voor wie de code, die we hier bespreken, eigenlijk niet bedoeld is wordt ook handel gedreven door personen die zich"amateur" of "verzamelaar" noemen. Deze lieden ("faux-amateurs", "Schwarzhändler",...) overtreden de wet door BTW te ontduiken en door niet ingeschreven te zijn in een handelsregister. Bovendien nemen zij het vaak niet zo nauw met de deontologie van de verzamelaar. Wellicht niet helemaal ten onrechte worden leden van deze groep beschuldigd van plundering en vernieling van waardevolle sites. Het voorbeeld van het Schotse Lesmahagow genoot in dat verband nogal wat publiciteit (GITTINS, 1977). Gedreven door platvloers winstbejag brengen zij de gemeenschap van verzamelaars en amateurs, wier naam zij misbruiken, in diskrediet. Amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten doen er dan ook goed aan geen specimina aan te kopen bij dergelijke verkopers. Een oproep in die zin werd trouwens reeds eerder verspreid onder professionele geologen en museumbeheerders (DUFF, 1979).

Toch kan van elke verzamelaar van geo-objecten of amateur-geoloog getolereerd worden dat occasioneel enkele specimina worden verkocht. Onder occasioneel handel drijven zou men kunnen verstaan, het deelnemen aan niet meer dan enkele commerciële beurzen per jaar en/of de verkoop waarvan de jaarlijkse omzet niet hoger is dan een redelijk bedrag. Deze criteria zou elke betrokkene, in eer en geweten, voor zichzelf moeten kunnen bepalen. Queensland (Australië) heeft hierover, sedert zeer kort, een erg specifieke wetgeving, die voor veel andere landen model zou kunnen staan. Voor de toevallige verkoop van een gelukkige vondst is geen enkele specifieke vergunning nodig. Het gericht verzamelen, met het oog op de verkoop, wordt echter als "exploitatie" beschouwd en vereist een vergunning onder de "Mineral Resources Act" (ANONIEM, 1995b).

Instructief in dat verband is de houding van de publieke opinie, zoais die onlangs (1995) aan het licht is gekomen, als gevolg van een telefonische opiniepeiling in de U.S.A. Van 300 ondervraagden was bijna 82% van mening dat gemeenschappelijk belangrijke fossielen, gevonden op federale gronden, niet verhandeld zouden mogen worden. De tolerantie van de ondervraagden tegenover het verhandelen was merkelijk groter, wanneer het ging om minder belangrijke specimina of om fossielen gevonden op privé-gronden (MACLEOD, 1996).

Het ruilen van overtollige geo-objecten, op een eerlijke basis wars van winstbejag, wordt in middens van verzamelaars en amateurs gezien als een volkomen aanvaardbare wijze om de eigen collectie te verrijken. Het ware toe te juichen indien ook beheerders van openbare verzamelingen tot een ruilnetwerk konden toetreden.

Art. 8. Werktuigen

De amateur-geoloog of verzamelaar van geo-objecten zal uitsluitend het traditionele handgereedschap van de geoloog gebruiken. Andere technieken en werktuigen mogen niet worden aangewend zonder vergunning.

AI te vaak worden waardevolle geo-sites beschadigd door het onoordeelkundig gebruik van te zware of onaangepaste werktuigen. Zowel de professionele geoloog als de amateur en verzamelaar bedienen zich traditioneel van enkele lichte handwerktuigen: hamer, spitse en platte beitel, spatel, mes, lichte koevoet e.d. Het gebruik van handwerktuigen, zwaarder dan 5 kg, kan slechts gebeuren met de nodige omzichtigheid en alleen dan als strikt noodzakelijk. Het individuele gebruik van mechanisch of pneumatisch aangedreven toestellen, zoais pneumatische hamers, boren, zaagmachines, mechanische graafmachines, enz. moet worden vermeden. Een vergunning van de bevoegde overheid (gemeentebestuur, mijnwezen, wetenschappelijke instellingen, ... ) is in die gevallen trouwens bijna steeds noodzakelijk. Het gebruik van explosieven is altijd en overal uit den boze.

Voor zover wij weten, is Queensland (deelstaat van Australië) het eerste land om wettelijk voor te schrijven welke werktuigen verzamelaars van geo-objecten op het veld mogen gebruiken. Zo mogen alleen handwerktuigen worden aangewend. Hieronder verstaat men houwelen, spaden, hamers, zeven, elektronische detectors en dergelijke. Mechanisch aangedreven werktuigen zijn daarbij in Queensland bij wet verboden (ANONIEM. 1995b).

Art. 9. Basiskennis

Amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten zouden zich de noodzakelijke basiskennis eigen moeten maken, teneinde in staat te zijn het wetenschappelijk belang van de verzamelde voorwerpen te evalueren.

Geo-objecten en andere natuurwetenschappelijke specimina hebben een belang als dragers van wetenschappelijke informatie. De amateur-geoloog of verzamelaar heeft de plicht deze informatie integraal te vrijwaren. Hij zal zich daarom bekwamen in het gebruik van gepaste verzamel- en preparatietechnieken en hij zal zich bovendien inspannen om zoveel mogelijk gegevens over de context waarin de specimina gevonden werden, door middel van nota's, schetsen, foto's enz. veilig te stellen. Hieruit blijkt dat hij zich de nodige basiskennis zou moeten eigen maken, om de wetenschappelijke waarde van zijn vondsten en ontdekkingen juist te kunnen inschatten. Het is dan ook aangewezen dat beginnelingen zich laten begeleiden door een ervaren verzamelaar. De wetenschappelijke waarde van geo-objecten staat volledig los van hun eventuele handelswaarde of "prijs". Dit laatste begrip is wetenschappelijk irrelevant en heeft ook voor de amateur-geoloog nauwelijks betekenis.

"De mens heeft recht op schoonheid" is meer dan een slogan! Het verzamelen om louter esthetische redenen is dan ook volkomen aanvaardbaar. Toch is ook de esthetische verzamelaar geenszins ontheven van de plicht zich enige wetenschappelijke kennis eigen te maken, om in staat te zijn de hierboven vermelde doelstellingen te verwezenlijken.

Voor professionele geologen en beheerders van openbare verzamelingen, maar ook voor verenigingen van amateur-geologen is in dat opzicht een zeer belangrijke educatieve taak weggelegd. Beginnelingen kunnen zich gemakkelijk de nodige basiskennis eigen maken, aan de hand van een aantal goed geschreven, vulgariserende werken. Ook in het Nederlands zijn zulke werken voorhanden (HELLINGA. 1980; MARQUET, 1993).

Art. 10. De Meldingsplicht

De amateur-geoloog of verzamelaar van geo-objecten is gehouden elke belangrijke ontdekking te melden aan bevoegde wetenschappelijke instellingen.

Sommige ontdekkingen zijn van te groot wetenschappelijk belang opdat de amateur-geoloog of verzamelaar die uitsluitend voor zichzelf zou mogen houden. Zulke ontdekkingen kunnen zijn: skeletten van tetrapoden, fossielen in uitzonderlijke bewaringstoestand, zeldzame mineralen of kristalvormen, nieuwe fossiele soorten, onbekende structuren, enz. De opsomming is niet limitatief. Dat het grote publiek zich daar terdege van bewust is, blijkt duidelijk uit de opiniepeiling, die onlangs in de U.S.A. gehouden werd (MACLEOD, 1996). Meer dan 90% van de ondervraagden waren toen van mening dat de ontdekking van een belangrijk fossiel gemeld moest worden aan de bevoegde wetenschappelijke instanties, onafhankelijk van de plaats waar de ontdekking gebeurde (privaat of openbaar land). De ondervraagden maakten ook nauwelijks onderscheid tussen fossiele vertebraten en invertebraten. De mening van de ondervraagden over niet-paleontologische ontdekkingen werd niet gevraagd, maar zal vermoedelijk weinig afwijken van wat hierboven werd geschetst.

Wetenschappelijk belangrijke specimina zijn vaak erg teer en kwetsbaar. Daarenboven is ook de context waarin ze voorkomen erg belangrijk. De berging ervan dient dan ook met de grootste omzichtigheid te geschieden, waarbij het niet voldoende is ervoor te zorgen dat het stuk onbeschadigd uit het gesteente verwijderd wordt. Ook over de geologische context ervan dient, op een wetenschappelijk verantwoorde wijze, zoveel mogelijk informatie te worden vergaard en veiliggesteld. De technieken die voor dat alles vereist zijn, gaan de mogelijkheden van de doorsnee-amateur vaak ver te boven. Goedbedoelde maar amateuristische pogingen tot verzamelen, kunnen dan ook, door o. a. een gebrek aan de nodige uitrusting, vaardigheid of ervaring, desastreuze gevolgen hebben. De amateur-geoloog of verzamelaar zou het daarom als een ereplicht moeten beschouwen, dergelijke ontdekkingen te melden bij een bevoegde en behoorlijk uitgeruste wetenschappelijke instelling. Amateurs en professionelen kunnen beiden alleen maar baat hebben bij dit soort samenwerking (DUFF. 1979).

Het aantal instellingen in België, dat in aanmerking komt als repositorium voor wetenschappelijk waardevolle geo-objecten. is beperkt. Als voorbeelden noemen we :

•Koninklijk Belgisch instituut voor Natuurwetenschappen, Departement Paleontologie en Departement Mineralogie, Vautierstraat 31, 1040 - Brussel.

•Geologische Dienst van België, Jennerstraat 13, 1040 - Brussel.

•Universiteit Gent, Geologisch instituut, Krijgslaan 281, 9000 - Gent.

•Katholieke Universiteit Leuven, instituut voor Aardwetenschappen, Redirigenstraat 16bis, 3000 - Leuven.

•Université Catholique de Louvain, Unité de Paléontologie, Place Louis Pasteur 3, 1348 - Louvain-la-Neuve.

•Université de Liège, Laboratoire de Paléontologie Animale et Laboratoire de Paléobotanique; Place de XX Aoüt 7, 4000 - Liège.

•Vrije Universiteit Brussel, Laboratorium voor Geochronologie, Pleinlaan 2, 1050 - Brussel.

•Université Libre de Bruxelles, Laboratoire de Minéralogie et de Pétrologie, Av. F. D. Roosevelt 50, 1050 - Bruxelles.

•Facultes Polytechnique de Mons, Chaire de Géologie, Rue de Houdain 9, 7000-Mons.

________________________________________

COLLECTIEBEHEER

Art. 11. Beheer van de Verzameling

Verzamelaars van geo-objecten nemen de verplichting op zich, hun verzamelingen op een behoorlijke wijze te beheren. Elk specimen zou moeten voorzien zijn van de bijhorende gegevens.

Het verantwoorde beheer van een collectie geo-objecten omvat meer dan het stofvrij en ordelijk opbergen van de specimina in een droog lokaal. Niet alleen de specimina maar ook de informatie waarvan zij drager zijn, dienen te worden gevrijwaard en beheerd (cf. art. 9). Daarom zou elk specimen voorzien moeten zijn van een keurig etiket, waarop in de eerste plaats de vindplaats en de stratigrafische context zorgvuldig, leesbaar en zo nauwkeurig mogelijk genoteerd zijn (MARQUET, 1978, 1993). Andere nuttige gegevens zijn o.a.: de naam van de ontdekker, datum en omstandigheden van de ontdekking, datum en wijze waarop het specimen verworven werd, enz. Het staat de verzamelaar vrij de gegevens op het etiket te vervangen door een nummer, dat rechtstreeks verwijst naar een register. Hij mag het beheer van die gegevens organiseren op de wijze die hem het best past en daarvoor de meest uiteenlopende technieken aanwenden (geschreven register, gegevensbank op computer, enz.). Steeds dient hij echter voor ogen te houden dat deze gegevens eventueel ook voor een buitenstaander gemakkelijk terug te vinden moeten zijn. Over de manier waarop een verzameling geo-objecten op een behoorlijke en rationele manier geordend en gecatalogeerd kan worden, bestaan in de literatuur voor amateurs tal val goede teksten (GSCHWEND, 1985).

Art. 12. Houding tegenover Bedrog

Het is niet toegelaten bedrog te plegen door vervalste, geprepareerde of op een of andere manier gewijzigde geo-objecten bewust te doen doorgaan voor echt of natuurlijk. Ook het opzettelijk verstrekken van verkeerde, onvolledige of valse gegevens is een zware fout.

Elke verzamelaar bepaalt zelfstandig welke objecten in zijn verzameling zullen worden opgenomen. Het staat dan ook eenieder vrij, nabootsingen, afgietsels, of wat dan ook, ja zelfs vervalsingen, in de eigen verzameling op te nemen. Het vervaardigen en het gebruiken van namaakfossielen en -kristallen is op zichzelf niet verkeerd en kan voor sommige doeleinden zelfs te verkiezen zijn boven het gebruik van originelen. Dat is zeker het geval als het gaat om didactische demonstraties of oefeningen voor studenten. Vaak is het veiliger een facsimile tentoon te stellen, i.p.v. een uiterst belangrijk en onvervangbaar origineel. Ook het repareren en het vervolledigen van beschadigde fossielen kan niet a-priori veroordeeld worden. Zulke ingrepen kunnen immers vaak beschouwd worden als een restauratie die, wanneer ze op de juiste manier werd uitgevoerd, het gebruik van het specimen kan vergemakkelijken. Restauraties dienen echter steeds duidelijk te worden aangegeven en op een zodanige manier worden uitgevoerd, dat ze voor een geoefend oog steeds als dusdanig herkenbaar blijven (RICHTER, 1976). Een verantwoorde restauratie hoort bovendien altijd reversibel te zijn.

Maar ook gebeeldhouwde of bijgekerfde fossielen, fossielen gemonteerd op een vreemd gesteente of in een aantrekkelijke of opvallende positie, fossielafdrukken in gebakken klei, composities van verschillende fossielresten, sterk gerepareerde, bijgewerkte, beschilderde, gepoetste of op een andere wijze 'verfraaide' fossielen worden al te vaak op beurzen aangeboden (FRICKHINGER, 1986.1 GELAUDE, 1988.1 KOWALSKI, 1986.1 MARTILL, 1994). Dergelijke realisaties zijn zelden eerlijk bedoeld en verdienen een strenge veroordeling.

Ook mineralen worden wel eens gerestaureerd, gemanipuleerd en vervalst. De problemen die daarbij rijzen zijn erg delicaat. Inderdaad, niet alleen de kristalvorm maar ook de kleur, de glans, de oppervlaktetexturen en de chemische samenstelling zijn van belang bij de determinatie en de herkenning van een handstuk. Mineralen die gelijmd, bestraald, gebrand of geverfd zijn, waarvan de glans verbeterd, de vorm en het voorkomen gewijzigd zijn, kristallen met gezaagde of geslepen vlakken, pure imitaties of synthetisch gemaakte kristallen worden regelmatig aangeboden voor natuurlijk en echt. Uitgebreide overzichtslijsten, met werkwijze en tips om vervalste mineralen te kunnen ontmaskeren zij in de literatuur beschikbaar (DUNN et al., 1981; GELAUDE, 1991; HOCHLEITNER, 1983; WHITAKER, 1995).

Al dat soort praktijken, waarbij men gerestaureerde of nagemaakte geo-objecten met opzet laat doorgaan voor echt of natuurlijk, zijn absoluut verwerpelijk en dit in alle omstandigheden of welke ook de beweegredenen zijn: verkoop, ruil, gift, bewaring, tentoonstelling, enz. Van dergelijk bedrog wenst de gemeenschap van amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten zich formeel te distantiëren. Het is dan ook geen wonder dat sommige organisatoren van ernstige beurzen vervalsingen proberen te weren.

Het etiket, dat elk geo-object begeleiden moet, dient zorgvuldig, naar waarheid en zonder fouten te zijn opgemaakt. Het is evenmin toegelaten de gegevens die bij een specimen horen, geheel of gedeeltelijk te verzwijgen. Het verspreiden van valse gegevens over geo-objecten is een van de meest verwerpelijke vormen van wetenschappelijk bedrog en wordt door de gemeenschap van amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten dan ook scherp veroordeeld (WEBSTER, 1991).

Art. 13. Toegang tot Verzamelingen

Verzamelingen van geo-objecten zouden toegankelijk moeten zijn voor professionele geologen of andere onderzoekers. Op hoffelijke aanvraag en na afspraak.

Wetenschappelijke informatie, in welke vorm ook, mag nooit door een kleine groep of door een enkeling gemonopoliseerd worden, maar dient te worden beschouwd als een deel van het erfgoed van de gehele mensheid. Als dragers van zulke informatie hebben ook geo-objecten een wetenschappelijke waarde. Elke verzameling van geo-objecten zou daarom, mits gemotiveerde en hoffelijke aanvraag, op afspraak toegankelijk moeten zijn voor professionele onderzoekers. De aanvrager dient daarbij wel de nodige discretie in acht te nemen en de privacy van de verzamelaar te respecteren.

Amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten zouden ook bereid moeten zijn specimina en de bijhorende gegevens op gemotiveerd en hoffelijk verzoek van professionele onderzoekers, tijdelijk en belangeloos af te staan voor meer diepgaand onderzoek.

Het is toe te juichen, wanneer amateur-geologen en verzamelaars, op verzoek van professionele onderzoekers, specimina van groot wetenschappelijk belang (typespecimina e.d.) definitief deponeren in een openbare wetenschappelijke verzameling of museum. In dit geval beslist de betrokken amateur-geoloog of verzamelaar, eigenaar van de specimina, evenwel volledig autonoom over de te nemen stap. Wel moet erop worden gewezen dat de wetgeving hierover van land tot land verschilt. Uit de reeds eerder aangehaalde opiniepeiling in de U.S.A. (MACLEOD, 1996) blijkt overigens duidelijk dat een ruime meerderheid van de ondervraagden het automatische eigendomsrecht van geo-objecten door de vinder verwerpt. Blijkbaar zijn de meeste Amerikanen van oordeel dat zulke objecten in een museum thuishoren (64 %). In elk geval willen we pleiten voor een meer positieve houding van instituten en musea t.o.v. amateur-geologen en verzamelaars die tot samenwerking bereid zijn.

________________________________________

HET TOEPASSEN VAN DE CODE

Art. 14. Verantwoordelijkheid

Elke amateur-geoloog of verzamelaar van geo-objecten, lid van een Belgische geologische vereniging die de deontologische code onderschreven heeft, wordt geacht die te kennen en te respecteren. Hij is ten allen tijde verantwoordelijk voor zijn handelingen. De verenigingen van amateur-geologen en verzamelaars zijn verantwoordelijk voor de activiteiten die zij inrichten.

De code die hier besproken wordt, werd onderschreven en bekrachtigd door de volgende verenigingen voor amateur-geologen en verzamelaars van geo-objecten:

• Association des Micromonteurs de Minéraux de Montigny-le-Tilleul a.s.b.l.

• Belgische Vereniging voor Paleontologie vzw

• Cercle Géologique du Hainaut a.s.b.l.

• Fluorescent Mineral Society

• Geologische en Archeologische Werkgroep Noord-Limburg vzw

• Geologische Kring Tellus

• Geologische Vereniging Limburg

• Groupe d'Etude pour les Sciences de la Terre a.s.b.I.

• Guapoteambelgium vzw

• Lithos

• Mineralogische Kring Antwerpen vzw

• Nautilus-Gent vzw

• Speleologische Stichtichting Deurne vzw

• Vereniging voor Mineralogie en Geologie Deze verenigingen hebben zich gegroepeerd in de "Raad voor Aardwetenschappen vzw", die deze code promoot.

Wanneer een individu het lidmaatschap van een deelnemende vereniging aanvaardt, impliceert dit tevens de goedkeuring van deze code. De persoon die zo'n lidmaatschap onderschrijft, neemt dus de verplichting op zich onderhavige code na te leven.

Het feit dat verenigingen verantwoordelijk zijn voor de activiteiten die zij inrichten, wil geenszins zeggen dat de deelnemers zich, gebruik makend van de vlag van hun vereniging, straffeloos kunnen misdragen. Elke vereniging met rechtspersoonlijkheid kan en zal zich verhalen op leden die haar schade toebrengen of haar goede naam in diskrediet brengen.

Art. 15. Overtredingen

Overtredingen van deze erecode kunnen worden gemeld aan de voorzitters van verenigingen waarvan de overtreder deel uitmaakt. Deze verenigingen beraden zich autonoom en in overeenstemming met hun statuten, over de te nemen maatregelen. Elke betrokkene kan de zaak aanhangig maken bij de Arbitrageraad van de Raad voor Aardwetenschappen vzw, waarvan de arresten bindend zijn.

De code kan gebruikt worden als verweermiddel tegen amateur-geologen en verzamelaars die zich ernstig misdragen en daardoor de gemeenschap waartoe zij behoren in diskrediet brengen. Zowel medeverzamelaars, verenigingen, professionele geologen en wetenschappelijke instellingen, als grondeigenaars en groeve-uitbaters kunnen er gebruik van maken door nauwkeurige klachten te formuleren. Zulke klachten kunnen worden ingediend bij de verenigingen waarvan de overtreder deel uitmaakt en waarvan het adres vermeld staat op de lidmaatschapskaart.

Bij ontvangst van een klacht zal de vereniging de gegrondheid ervan onderzoeken, moet zij beide partijen horen en is zij dus verplicht haar lid gelegenheid te geven zich te verdedigen. Zo haar lid in het ongelijk wordt gesteld, bepaalt de vereniging autonoom, zonder inmenging van buitenaf, welke maatregelen noodzakelljk zijn. Een eventuele sanctie kan gaan van tijdelijke schorsing over definitieve uitsluiting met inbeslagname van de lidkaart.

Alle betrokken partijen kunnen de zaak aanhangig maken bij de Arbitrageraad van de Raad voor Aardwetenschappen vzw. Deze Arbitrageraad is een onafhankelijk orgaan, binnen de Raad voor Aardwetenschappen vzw, samengesteld in overeenstemming met de statuten van deze laatste organisatie. Na onderzoek en na de verschillende betrokkenen te hebben gehoord, velt de Arbitrageraad een arrest, dat voor alle partijen bindend is. Zo'n arrest kan inhouden dat de betrokkene tijdelijk of definitief uitgesloten wordt bij alle aangesloten verenigingen.

________________________________________

DANKWOORD

Bij het opstellen van de definitieve versie van de Erecode voor Amateur-Geologen en Verzamelaars van Geo-objecten hebben we mogen rekenen op de actieve medewerking en de opbouwende kritiek van de heren F. Swaenen (Academie voor Mineralogie vzw), N. Delanghe (Geologische Kring Tellus), R. Six (Groupe d'Etude pour les Sciences de la Terre a.s.b.l.), A. Foucart (Association des MicroMonteurs de Montigny-le-Tilleuil a.s.b.l.) en R. Moisse (Nautilus Gent vzw). Verder hebben we ook de adviezen van prof. dr. A. Gautier en prof. dr. P. Jacobs (allebei Geologisch lnstituut van de Universiteit Gent) ten zeerste op prijs gesteld.

________________________________________

REFERENTIES

•ANONIEM (1995a). Safety not complacency. Geol. Today 11, 162-163.

•ANONIEM (1995b). New Queensland Fossicking Legislation. The Fossil Collector 45, 22-28.

•BOEKSCHOTEN, G.J. (1 990). Fossielen zoeken of kopen? Gea 23, 90-94.

•DELANGHE, N. (1995). Frankrijk... Het eldorado voor fossielenliefhebbers !? Enkeie bedenkingen bij een reis door Zuid-Frankrijk. Tellus Krant 17/12, 8-13.

•DINELEY, D.L. (1973). Geology at risk. Geol., J. Assn. Teachers Geol. 4, 18-20.

•DUFF, K.L. (1979). The problems of reconciling geological collecting and conservation. Spec, Pap. Palaeont. 22, 127-135

•DUNN, P., BENTLEY, R. & WILSON, W. (1981). Mineral fakes. Mineral. Rec. 12, 197-219.

•FEDER, T. & ABBOTT, A. (1994). Concern grows over "trade" in Russian fossils. Nature 371, 729.

•FRICKHINGER, K.A. (1986). Fälschung, Verfäschung, Ergänzung. Fossilien 3, 63-64.

•GELAUDE, F. (1988). Reuzetrilobieten ujt Marokko valser kan niet. Nautilus-Info 12, 239-243.

•GELAUDE, F (199 1) Het vervalsen van mineralen Gea 24, 46-49,

•GEYS, J.F. (1991). Over de kwetsbaarheid van vindpiaatsen. Gea 24, 120-125.

•GITTINS, D. (1977). Preserving Britain's geological sites. New Scientist 76, 624-625.

•GSWEIND, D. (1985). Ordnung ist das halbe Sammeln. Fossilien 2, 265-267.

•HELLINGA, W.T. (1980). Elseviers Zwerfstenengids, 246 p. - Amsterdam Elsevier.

•HOCHLEITNER, R. (1983). Mineralfälschungen': ein Gefahr fdr Sammler und Hindier. Lapis 8, 9-18.

•JACOBS, P. & GEYS, J.F. (1992). Theory and practice of earth science conservation in Belgium. NINA Utredning 41, 23-31.

•KOWALSKI, H. (1986). Vorsicht: Manipulation! Fossilien 3, 87-89.

•MACLEOD, N (1996). A poll regarding the opinion of the American public as to commercial collecting of fossils on public lands. The Paleonet site: http://www.nhm.ac.uk/hosted_sites/paleonet/ PaleoNet Vol. 2 N' 3, 4 p.

•MARQUET, R. (1978). lnleiding tot de Paleontologie, 45 p. Antwerpen:Belgische Vereniging voor Paleontologie.

•MARQUET, R. (1993). Fossielen verzameten - Basiskennis en Technieken, 159 p. - Antwerpen: Belgische Vereniging voor Paleontologie.

•MARTILL, D.M. (1994). Fake fossils from Brasil. Geol. Today 10, 111- 115.

•McCULLOCH, C. (1992). Illegal export of Australian fossils - Protection of Movable Cultural Heritage Act 1986. The Fossil Collector 36, 6-1 0.

•RICHTER, A.E. (1 986). Fossilien ergänzen? Aber ja! Fossilien 3, 90-91

•STUBBS, A.E. (1973). A Code of Conduct for Geologists. Geol., J. Assn, Teachers Geol. 5, 40-41.

•WEBSTER, G.D. (1991). An evaluation of the V.J. Gupta Echinoderm papers, 1971-1989. J Paleont. 65, 10061008.

•WHITAKER, J.H.M. (1 995). Lanzarote, Canary Islands: fake Moroccan geodes, indigenous olivine and a grand piano. Geol. Today 11, 8.

•WILD, R. (1988). The protection of fossils and palaeontological sites in the Federal Republic of Germany. Spec. Pap. Paleont. 40, 181-189.

•WIMBLEDON, W. (1988). Paleontological site conservation in Britain: facts, form, function and efficacy. Spec Pap. Palaeont. 40, 51-55.

(Ingekomen 9 mei 1996).

Natuurwet. Tijdschr. (Gent)

Vol. 76 (1997)

p. 23-33

 

 

 

GUAPOTEAMBELGIUM vzw kan zich volledig terugvinden in de stelling die genomen word

in deze erecode en wenst zich integraal aan de genoemde code te houden.